Spyglass on a MapInnovations in academia: hype or trend?
Geschreven voor Wetenschapper 2.0

In mijn vorige blog benoemde ik al dat er een reden is waarom er juist nu steeds meer innovatieve initiatieven ontstaan op het gebied van wetenschap, educatie, economie, en gezondheidszorg (denk aan bijvoorbeeld open science, sharing economieën, MOOC’s, online tools voor patiënten). Omdat ik voor Wetenschapper 2.0 schrijf zal ik me in deze blog vooral richten op de oorzaken van nieuwe initiatieven binnen de wetenschappelijke wereld. Veel daarvan zijn 2.0, denk bijvoorbeeld aan Open Access publiceren, open data opslag, en altmetrics. Anderen zijn meer gericht op de inhoud van wetenschappelijke publicaties, zoals pre-registration en de vraag naar replicatie onderzoek.

Het afgelopen jaar ben ik op ontdekkingsreis gegaan, en ik ben nog steeds niet thuis. Het begon ongeveer anderhalf jaar geleden met een vreemd onderbuik gevoel. Ik had het idee dat er iets niet klopte aan het wetenschappelijke systeem waar ik als promovenda in terecht was gekomen. Ik had hierover veel keukentafel-discussies met mijn huisgenoot (ook promovenda aan een andere universiteit). Vervolgens kwamen de wetenschappelijke fraudegevallen veelvuldig in het nieuws. Met name het rapport van commissie Levelt betreft de fraudezaak Diederik Stapel, was een bevestiging van mijn eigen onderbuik gevoel. De fraudezaak op zichzelf (hoe verschrikkelijk die ook is) was niet wat mijn ideeën bevestigde. Dit soort excessen zullen altijd bestaan en kan men nooit helemaal voorkomen. Maar dat de commissie de Sociale Psychologie als veld beschuldigde van “sloppy science”, confirmeerde met het onderbuik gevoel (met name wat betreft het oppoetsen van data en artikelen om te kunnen publiceren). Hierbij wil ik voorop stellen dat wetenschappers geen slechte of luie mensen zijn, ze werken juist keihard. Maar het zijn wel mensen, met –net als ieder mens- eigen belangen. En het ‘systeem’ waarbinnen we momenteel wetenschap bedrijven werkt de onderzoeker vaak tegen (bijvoorbeeld door de traagheid van publiceren en weinig waardering voor het delen van kennis met de maatschappij), en zet aan tot het nemen van twijfelachtige beslissingen in het onderzoeksproces (met name door de publicatiedruk en het niet kunnen publiceren van nul-bevindingen).

Mijn ontdekkingsreis was begonnen. Ik houd niet van oneerlijkheid, of wanneer ik bemerk dat ik niet achter mijn eigen job sta. Dus ben ik me steeds meer in deze kwestie gaan verdiepen. Ik heb het afgelopen jaar veel gelezen en nagedacht, en ik ben op chaotische wijze (inclusief veel slapeloze nachten) heen en weer gereisd tussen de kennis vanuit mijn eigen ervaringen, het lezen over hiaten in- en vernieuwende ideeën voor het wetenschappelijke systeem, tot aan ontwikkelingen die veel verder gaan dan de wetenschap maar die wel degelijk aan de huidige ontwikkelingen binnen de wetenschap bijdragen. De puzzelstukjes op micro, meso en macro niveau vallen nu langzaam in elkaar; het grote plaatje wordt zichtbaar. Ik denk dat het belangrijk is om hier bij stil te staan. Om je als individuele wetenschapper, wetenschappelijke afdeling of universiteit voor te bereiden op de toekomst. Ik vroeg me af: Al die nieuwe initiatieven, enkel vanwege de onvrede? Waarom waren deze initiatieven er eerder nog niet? En hebben we het hier over een hype of een doorzettende trend? Om dat te begrijpen zal ik eerst kort ingaan op de huidige maatschappelijke ontwikkelingen (macro niveau). Om vervolgens in te zoomen op meso niveau, oftewel de ontwikkelingen die invloed hebben op de wetenschap.

Maatschappelijke ontwikkelingen
Economische crisis. Het huidige kapitalistische systeem (of liever gezegd de manier waarop we er mee omgesprongen zijn) lijkt minder goed te werken dan we dachten. De gedachte dat de economie altijd groeit klopt wel, maar dit wanneer je het totaal plaatje bekijkt; over een hele lange periode. Als je verder inzoomt heb je te maken met de conjunctuur, en deze laat wel degelijk ups en downs zien (net zoals de natuur met haar seizoenen, en wij mensen met onze gemoedstoestand). Maar we hebben geprobeerd de downs kunstmatig te beïnvloeden en ze zo snel mogelijk weer in ups om te zetten. En misschien net zoals dat vaak bij mensen werkt, het wegdrukken van negatieve gevoelens zorgt er uiteindelijk vaak voor dat er op een dag een ‘bom ontploft’, waardoor we nu in een hele diepe put zitten. Ik ben overigens geen econoom, maar ik vond dit de meest waarschijnlijke uitleg waarover ik gelezen heb, en een mooie vergelijking. De discussie over hoe de economie zou moeten groeien en hoe wij waarde definiëren is ontzettend interessant, maar voor dit stuk niet zozeer van belang. Feit is wel; we hebben momenteel te maken met een economische crisis.

Technologische vooruitgang. De afgelopen decennia is er een hoop gebeurd op het gebied van technologie. De ontwikkeling die in en rap tempo veel invloed op onze maatschappij uitoefent, is de communicatie en informatie technologie. Met de komst van het Internet hebben we ineens de mogelijkheid om 24 uur per dag in contact te staan met de hele wereld, we kunnen informatie delen. Daarbij kunnen we in een rap tempo steeds meer informatie opslaan. We begonnen nog niet zo lang geleden met enorme servers die hele kamers in beslag namen, en nu kunnen we dezelfde hoeveelheid informatie opslaan op een apparaatje die je in je broekzak kunt steken.

Duurzaamheid. De fossiele brandstoffen raken op. We moeten over op andere oplossingen om onze huidige levensstijl in stand te houden (wat zeer waarschijnlijk niet op tijd zal lukken), of we moeten drastisch onze levensstijl aanpassen zodat we minder energie verbruiken. Wat vast staat is dat er op een gegeven moment iets gaat veranderen, gewoonweg omdat fossiele brandstoffen te duur zijn geworden of omdat ze niet meer bestaan.

Als we hier even op door denken, zien we al snel dat we momenteel op het verkeerde pad zitten. In het huidige (economische) systeem behandelen we onze beperkte bronnen alsof ze onuitputtelijk zijn, en de onuitputtelijke bronnen alsof ze beperkt zijn. En daarmee bedoel ik het volgende. We beogen economische groei, en daar is productie van goederen voor nodig. Daarbij maken we gebruik van fossiele brandstoffen die over een niet al te lange tijd opraken, dan wel van grondstoffen die wij veel sneller ‘opmaken’ dan onze aarde terug kan laten groeien. Daarentegen behandelen we onze onuitputtelijke bronnen -informatie en creativiteit- alsof ze beperkt zijn. Door er geld voor te vragen en ze te beschermen met wettelijke regels houden we ze kunstmatig schaars. Voor een lange tijd was dit prima mogelijk. Maar door de nieuwe technologische ontwikkelingen is het veel makkelijker geworden om informatie vrij met anderen te delen. Denk hierbij ook even aan wat er de laatste jaren is gebeurd in de muziekindustrie. De opslag en het snelle versturen van data heeft de muziekindustrie een flinke klap bezorgt; ineens hadden we de mogelijkheid om muziek gratis online met elkaar te delen in plaats van een cd te moeten kopen. Ook een mooi voorbeeld zijn alle Youtube tutorials waar iedereen gratis toegang toe heeft. Je hoeft niet meer voor een cursus te betalen om te leren breien, gitaar spelen, een wasmachine te repareren, of ingewikkelde software te leren gebruiken. Het behouden van alleenrecht op informatie wordt steeds lastiger.

Voor de toekomst wordt daarom een omslagpunt verwacht. We moeten ons aanpassen om de economische crisis en het tekort aan grondstoffen de baas te kunnen, en om mee te gaan met de technologische ontwikkelingen (die overigens een hoop kansen bieden). We gaan informatie behandelen als iets onuitputtelijks, en zullen de schaarste van grondstoffen inzien en deze dan ook behandelen als iets wat beperkt is. Sommigen spreken zelfs van een volgende revolutie na de industriële revolutie. De toekomst zal het leren. Tot zover een aantal belangrijke maatschappelijke ontwikkelingen in een notendop. Maar wel iets wat we in gedachten moeten houden wanneer we nadenken over de toekomst, ook voor de wetenschap. Er zijn overigens nog meer ontwikkelingen te noemen, maar deze zijn voor dit kader het meest belangrijk. Als je hier meer over wil lezen verwijs ik je naar het boek Econoshock van Geert Noels. Dit boek vond ik het duidelijkst en meest prettig om te lezen.

De wetenschap
Dan nu weer terug naar de wetenschap. Bovenstaande ontwikkelingen hebben ook invloed op de wetenschap. Daarbij zijn er nog een aantal andere ontwikkelingen binnen de wetenschap gaande die het landschap flink zal doen veranderen. We hebben hier tegelijkertijd te maken met een groeiend geldtekort, een verlies van vertrouwen in de wetenschap, zorgen en onvrede onder (vooral jonge) wetenschappers, en technologische ontwikkelingen met betrekking tot het opslaan en delen van data en kennis.

Allereerst, door de crisis wordt de geldkraan steeds verder dicht gedraaid. Het wordt steeds moeilijker om subsidies voor onderzoek binnen te halen. Daarbij wordt de huidige manier van studeren steeds duurder omdat de overheid minder geld te besteden heeft. Dus de inkomsten gegenereerd vanuit het aantal studenten zal ook afnemen. Onderzoeksgeld zal meer uit andere bronnen moeten komen, zoals bedrijven en organisaties. Daarmee wordt de maatschappelijke relevantie van het onderzoek en de praktische inzetbaarheid van resultaten steeds belangrijker.

Ten tweede, het aantal fraude zaken in de wetenschap (zoals hierboven al besproken) hebben ervoor gezorgd dat de onvrede onder onderzoekers bespreekbaar is geworden. Er wordt gesproken over de publicatiedruk, en dat deze druk binnen het huidige publicatiesysteem ‘questionable research practices’ uitlokt. Daarbij ergert men zich vaak aan de traagheid en de geslotenheid van het systeem. Voordat een artikel daadwerkelijk gepubliceerd is ben je soms een paar jaar verder, terwijl de maatschappij wellicht direct al iets met deze kennis zou kunnen doen. Daarbij hebben de uitgeverijen een monopolypositie op deze kennis. Wij geven onze onderzoeksresultaten “gratis” weg. De artikelen zijn in het bezit van de uitgever, en ieder die een artikel wil lezen moet daarvoor betalen (ook de universiteiten, en daarmee wij zelf als onderzoekers). De kennis blijft vaak ‘hangen’ in de wetenschappelijke wereld en sijpelt slechts sporadisch terug de maatschappij in. Veel (jonge) wetenschappers zijn niet blij met het systeem waarbinnen we ons werk doen. Iets wat ik al vaak gehoord heb: “Het staat zo ver van de ‘echte’ wereld”. Sommige onderzoekers verlaten de wetenschap daarom tijdens of na het behalen hun PhD. Anderen proberen er iets aan te doen en bedenken oplossingen.

Hiermee komen we gelijk bij het laatste punt; de technologische ontwikkelingen zorgen ervoor dat we inderdaad met alternatieven op de proppen kunnen komen. De mogelijkheden liggen voor het oprapen. Een aantal wetenschappers durven hun hoofd boven het maaiveld uit te steken en ontwikkelen initiatieven om data en output van wetenschappers vrij toegankelijk te maken, dan wel om het systeem van binnenuit te veranderen. Daarbij, om weer even terug te komen op Wetenschapper 2.0, steeds meer wetenschappers gebruiken social media of blogs om hun onderzoeksresultaten online te delen. De afgelopen jaren waren dit vooral wetenschappers die dit vooral gewoon leuk vonden om te doen. Dit is namelijk geen vast onderdeel van je takenpakket als onderzoeker. Hetgeen waar je op wordt beoordeeld is het aantal publicaties in wetenschappelijke tijdschriften (het liefst met een hoge ‘impact factor’). Maar deze online ‘hobby’ gaat zich omzetten in daily practice. Veel wetenschappers zijn van mening dat de huidige ‘impact factor’ die we gebruiken om ons werk te beoordelen niet deugt en niet past in de huidige tijd. Daarom zijn sommigen opzoek naar nieuwe manieren om je impact als wetenschapper te meten, waarbij het online verspreiden van onderzoeksresultaten ook een belangrijke rol speelt (zie bijvoorbeeld Altmetrics).

Deze gelijktijdige ontwikkelingen (de economische crisis, de huidige informatie- en communicatie mogelijkheden, en de fraudezaken die hebben geleid tot het bespreekbaar maken van de onvrede) zorgen er dus voor dat juist nu zoveel nieuwe initiatieven ontstaan, waarbij de één meer potentie op succes heeft dan de ander. Maar zo gaat dat nu eenmaal met nieuwe ontwikkelingen; trial-and-error totdat we de nieuwe weg gevonden hebben. Ik denk dus dat we het zeker niet hebben over een hype. Maar een trend die zich in een razend tempo doorzet; we zitten middenin een stroomversnelling. De toekomst zal uitwijzen of universiteiten zich snel genoeg kunnen aanpassen. De bureaucratie zou ons nog wel eens in de weg kunnen staan. Maar ook dan ben ik er van overtuigd dat er alternatieve initiatieven ontstaan; mensen zitten niet stil. Degenen die zich snel aan kunnen passen zullen het meest profijt hebben van de veranderingen. Dus achterover zitten en de kat uit de boom blijven kijken is waarschijnlijk de minst slimme optie. Mijn advies: Keep your eyes open for opportunities and dare to play with new initiatives.

En daarbij, je kunt mensen die hun kop boven het maaiveld uitsteken zien als een bedreiging omdat ze ons uit onze comfort zone duwen, maar je kunt ook je kans grijpen en profiteren van deze nieuwe energie en vooruitstrevendheid. Zoals Steve Jobs zei: “While some see them as the crazy ones, we see genius. Because the people who are crazy enough to think they can change the world are the ones who do”.

We houden overigens de ideeën van deze maaiveld-springertjes bij op deze Facebook pagina, en iedereen is welkom om daaraan bij te dragen: https://www.facebook.com/InnovationsInAcademia